Kris Wagner

Kris Wagner

 

Kris Wagner (bac. phil., KUL, 1993, lic. iur., KUL, 1995, LLM, Harvard, 1997, PhD, KUL, 2006) est une autorité dans le domaine de la procédure civile. Kris Wagner pratique en tant qu’avocat dans le domaine des litiges commerciaux depuis 1995 (avec une interruption en 1996-1997 lorsqu’il étudiait à la Harvard Law School). Plus récemment, il a également acquis une expérience considérable en matière de médiation et d’arbitrage. Sa pratique est consacrée à la résolution de conflits dans des litiges commerciaux nationaux ou internationaux.

 

Publications

Livres:

 

  • Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen, Anvers, Maklu, 2014, 1101 p.
  • Sancties in het burgerlijk procesrecht, Anvers, Maklu, 2007, 711 p.
  • Derdenverzet, in Algemene Praktische Rechtsverzameling, Malines, Kluwer, 2004, 118 p.
  • Dwangsom, in Algemene Praktische Rechtsverzameling, Malines, Kluwer, 2003, 225 p.
  • Casebook 20 jaar Dwangsom, Gand, Mys & Breesch, 2001, 560 p.

Autres publications juridiques (articles, notes, contributions dans des ouvrages collectifs):

 

  1. “Over het arbitragebeding in algemene voorwaarden”, note, en préparation (avec Jolien Barbier).
  2. “Dwangsom, uitvoeringstermijn, respijttermijn: het Benelux Gerechtshof trancheert”, (note sous C.J. Benelux 11 février 2011), R.W. 2011-12, 1073.
  3. “Online geschillenbeslechting”, in P. VanEecke (éd.), Recht & elektronische handel, Bruxelles, Larcier, 2011, 382.
  4. “Over de niet-toepasselijkheid van de interestvoet wet bestrijding betalingsachterstand handelstransacties op de cliënteelvergoeding van artikelen 20 en 21 handelsagentuurwet”, (note sous Cass. 5 novembre 2009), RABG 2010, 1076.
  5. “Dwangsom in latere procedure: controverse passend beëindigd”, (note sous C.J. Benelux 17 décembre 2009), R.W. 2010-2011, 829.
  6. “Dwangsom 2003-2009”, in Conférence flamande du Barreau d’Anvers (éd.), Meester van het proces. Topics gerechtelijk recht, Bruxelles, Larcier, 2010, 1-79.
  7. “De sanctieregeling in de taalwet van 1935: Quousque tandem abutere patientia nostra?”,T.B.H. 2010, 234.
  8. “Actualia burgerlijk bewijsrecht”, P. & B. 2009, 153.
  9. “Maatregelen onder verbeurte van een dwangsom: nauwkeurig te formuleren, zonder overdracht van rechtsmacht”, (note sous Cass. 27 février 2009), R.W. 2009-10, 578.
  10. “Het lot van de dwangsom na regularisatie van een stedenbouwkundige inbreuk”, (note sous Anvers 14 février 2007 et Sais. Malines 20 avril 2007), P. & B. 2009, 101.
  11. “Agentuurovereenkomst en cliënteelvergoeding”, (note sous Cass. 15 mai 2008), R.W. 2008-09, 1684.
  12. “Conclusietermijnen die verstrijken op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, worden verlengd tot de eerstvolgende werkdag”, (note sous Cass. 12 juin 2008), R.W. 2008-09, 931.
  13. “Recente ontwikkelingen met betrekking tot het bewijs in burgerlijke zaken”, in Conférence flamande du Barreau de Gand (éd.), Actualia Gerechtelijk Recht, Bruxelles, Larcier, 2008, 141-200.
  14. “Sancties in het burgerlijk procesrecht. Stand van zaken en recente ontwikkelingen”, in P. Van Orshoven (éd.), Gerechtelijk recht, Themis-cahier, Bruges, Die Keure, 2006, 23.
  15. “La responsabilité civile, pénale et disciplinaire des magistrats” (avec P. Van Orshoven), in E. Dirix & Y. -H. Leleu (éds.), Rapports belges au congrès de l'académie internationale de droit comparé à Utrecht, Bruxelles, Bruylant, 2006, 325-348.
  16. Commentaar bij art. 1456 Ger. W., in Commentaar Gerechtelijk Recht , Malines, Kluwer, 2005.
  17. “Het Hof van Cassatie tegen de vervanging van een gerechtsdeurwaarder bij de vaststelling van overspel: geen recht op slaap voor de gerechtsdeurwaarder!”, (note sous Cass. 4 février 2005), in R.W. 2005-06, 1174.
  18. (1) Kennisgeving bij gerechtsbrief als aanvangspunt van de termijn: Hof van Cassatie contra Arbitragehof! (2) Hoger beroep in kort geding: verschijningstermijn, wijze van inleiding en sancties”, (note sous Cass. 26 novembre 2004), R.W. 2004-05, 1671.
  19. “De schuldenaarsverklaring bij laattijdige of onnauwkeurige verklaring van de derde beslagene”, (note sous Bruxelles 22 juin 2004), RABG 2005, 306.
  20. “Actuele problemen inzake de dwangsom” in Goed Procesrecht - goed procederen, 2002-2003, Kluwer, 2004, 85.
  21. “Dwangsom en het betekeningsvereiste bij cassatie in strafzaken”, (note sous Cass. 28 mars 2003), R.W. 2004-2005, 382.
  22. “De exceptie van gewijsde is een onbestaande klip in de latere procedure gericht op het bekomen van een bevel onder verbeurte van een dwangsom om zich te gedragen conform een vroegere veroordeling”, (note sous Prés. comm.Courtrai 12 septembre 2003), T.R.V. 2004, 358.
  23. “Dwangsom en de januskop van de uitvoerings- en respijttermijn”, (note sous Cass. 28 mars 2003), R.W. 2004-2005, 137.
  24. “De sancties: terug naar af?” (avec P. Van Orshoven), in P. Taelman en M. Storme (éds.), Tien jaar toepassing van de wet van 3 augustus 1992 en haar reparatiewetgeving. Evaluatie en toekomstperspectieven, Bruges, Die Keure, 2004, 93-129.
  25. 25. Allemeersch, Benoît & Wagner, Kris, “Stand van zaken en actuele ontwikkelingen inzake het geding”, R.W. 2003-04, 1121.
  26. “Het geding. Stand van zaken en actuele ontwikkelingen”, (avec B. Allemeersch), in P. Van Orshoven (éd.), Gerechtelijk privaatrecht in: Themis Cahiers, Bruges, Die Keure, 2003, 53.
  27. “Dwangsom en uitvoerings- of respijttermijn”, (note sous C.J. Benelux 25 juin 2002), P.&B. 2003, 47.
  28. Cools, Sofie & Wagner, Kris, “Betekening in het buitenland (Zwitserland): langzaam en onzeker naar snel en efficiënt”, (note sous Anvers 29 janvier 2001), P.&B. 2002, 329.
  29. “Enkele actuele problemen van derdenverzet: beslag, dagvaardingstermijn en taalgebruik”, R.W. 2002-2003, 687.
  30. “(1) Zowel de dwangsomrechter als de beslagrechter zijn bevoegd om vast te stellen dat de hoofdveroordeling behoorlijk werd nageleefd; (2) Maximering van de dwangsom door de appèlrechter (met name bij naleving naar de geest maar niet naar de letter)”, (note sous Anvers 30 juillet 2002), P.&B. 2002, 291.
  31. “Dwangsom en onmogelijkheid”, N.J.W. 2002, 228.
  32. “De appèlrechter kan de voorlopige tenuitvoerlegging niet doen schorsen of verbieden, doch kan wel de vernietiging uitspreken van de onrechtmatig gewezen beslissing om een vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren”, (note sous Bruxelles 30 octobre 2001), P.&B. 2002, 49.
  33. “Dagvaarden voor een onbevoegde rechter is geen grond van onontvankelijkheid (overgangsrecht Wetten 15 en 23 maart 1999)”, (note sous Cass. 30 novembre 2001), T.F.R. 2002, 430.
  34. “Derdenverzet. Commentaar bij de artikelen 1122-1131 Ger. W.”, in De Puydt, P., Laenens, J., Lindemans, D. & Raes, S. (éds.), Commentaar Gerechtelijk Recht, Kluwer, 2002, 95 pp.
  35. “Dwangsommen uitgesproken op vordering van het openbaar ministerie komen toe aan het ambt van het openbaar ministerie”, (note sous Anvers 27 septembre 2000), R.W. 2001-02, 789.
  36. D'Hooghe, David & Wagner, Kris, “The Judiciary” in Craenen, G. (éd.), The institutions of Federal Belgium. An introduction to Belgian Public Law, Louvain, Acco, 2001, 109.
  37. “Geen dwangsom kan worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld, doch een ingebrekestelling, aanmaning of bevel is geenszins vereist”, (note sous Gand 26 juin 2001), A.J.T. 2001-2002, 459.
  38. “Dwangsom en omgangsregeling”, (note sous Anvers 8 février 2000), A.J.T. 2001-2002, 334.
  39. “De onafhankelijkheid van de rechter naar Europees recht”, Preadvies in Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland (éd.), De onafhankelijkheid van de rechter, Deventer, Tjeenk Willink, 2001, 1.
  40. “Collectieve acties in het Belgisch recht', in A.W. Jongbloed (éd.), Samen sterk, Over het optreden in rechte van groeperingen, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers. Aangepaste versie is verschenen in P.& B. 2001, 150.
  41. “Welke rechter kan een dwangsom in een latere procedure opleggen : over het keuzerecht tussen de eerste rechter, de appèlrechter, of de ingevolge de algemene bevoegdheidsregels bevoegde rechter”, (note sous Bruxelles 20 novembre 2000), P. & B. 2001, 139.
  42. “Overgangsrecht Wetten 15 en 23 maart 1999: over de (on)bevoegdheid van het hof van beroep om zich ambtshalve onbevoegd te verklaren”, (note sous Gand 5 octobre 2000), T.F.R. 2001, 434.
  43. “Over de (on)bevoegdheid van het hof van beroep om in eerste aanleg uitspraak te doen in zaken aanhangig gemaakt voor de publicatie van de Wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken, doch na de datum van de retroactieve inwerkingtreding ervan”, (note sous Bruxelles 25 mai 2000), T.F.R. 2000, 1046.
  44. “Een dwangsom kan worden opgelegd in een latere procedure”, (note sous J.P.Lennick-Saint-Quentin 13 décembre 1999), A.J.T. 2000-01, 472.
  45. “Feiten die een misdrijf opleveren kunnen worden verboden op straffe van een dwangsom, ook in een latere uitspraak” (note sous Prés. trib. Bruxelles 24 novembre 1999), R.W. 2000-01, 60.
  46. “Over de burgerlijke of commerciële aard van borgtocht”, (note sous Anvers 5 janvier 1999), A.J.T. 2000-01, 49.
  47. “Over de verjaring van de dwangsom’, (note sous Cass. 8 avril 1999), Rec. Cass., 2000, 8.
  48. “Gezond verstand in pand – pandverzilvering en de rechten van de echtgenoot van de pandgever”, (note sous Comm. Louvain 8 juin 1999), A.J.T. 1999-00, 388.
  49. “The coercive civil fine (“astreinte”) in Belgium”, in Jongbloed, A. (éd.), Astreinte and imprisonment for debt, in Storme, M. & Meijknecht, P. (éds.), Procedural law in the European Union, Kluwer Law International.
  50. “Dwangsom. Commentaar bij de artikelen 1385bis tot en met 1385nonies van het Gerechtelijk Wetboek’”, in Commentaar Gerechtelijk Recht, Kluwer, 1999, 186 pp.
  51. “Pour un internement des prédateurs sexuellement violents selon le modèle américain”, Revue de Droit Pénal et de Criminologie, 1999, 534.
  52. “Voor een internering van seksueel gewelddadige predatoren naar Amerikaans model”, Panopticon, 1998, 160.
  53. Kindt, Els & Wagner, Kris, “De transmillenniumproblematiek benaderd vanuit het Belgisch recht”, Computerrecht, 1997, 272.
  54. Wagner, Kris & Timmermans, William, “Over oude en nieuwe uitdagingen voor de rechtenopleiding”, R.W. 1994-95, 969.
  55. Wagner, Kris & Timmermans, William, “Enkele kanttekeningen bij de rechtenopleiding”, R.W. 1993-94, 429.

Curriculum Vitae

 

  • Bac. phil., KU Leuven, 1993 (magna cum laude);
  • Lic. iur., KU Leuven & Universität Hannover, 1995 (magna cum laude);
  • Membre du Barreau de Turnhout, 1995-1996 (Schuermans & Schuermans);
  • Fellow de la Belgian American Educational Foundation (B.A.E.F.) & Fellow de la Fondation Francqui, 1996-1997;
  • LLM (Master en droit), Harvard Law School, 1997;
  • Membre du Barreau de Bruxelles (De Bandt, Van Hecke & Lagae, actuellement Linklaters), 1997-2000;
  • Membre du Barreau de Leuven, 2000-2007 (of counsel chez Janson Baugniet);
  • Assistant, KU Leuven, 2000-2006;
  • Docteur en droit, KU Leuven, septembre 2006;
  • Docteur-assistant, KU Leuven, octobre 2006-2007;
  • Avocat chez DLA Piper, Bruxelles, 2008-février 2012;
  • Juge suppléant, Tribunal de première instance de Bruxelles, depuis mai 2011;
  • Président du CEDIRES (Center for Dispute Resolution, www.cedires.be), depuis novembre 2011;
  • Avocat au sein d’un cabinet d’avocats belge établi à Bruxelles, mars 2012-avril 2013;
  • Membre et secrétaire du Conseil de l’Ordre du Barreau de Bruxelles (NOAB), septembre 2012-août 2015;
  • Médiateur agréé par la Commission Fédérale de Médiation en matière civile et commerciale (depuis octobre 2012);
  • Associé chez Holmes Kirby, Bruxelles, depuis mai 2013 ;
  • Directeur du VIA (Vormingsinstituut voor Advocaten, l’institut de formation des avocats au Barreau de Bruxelles, NOAB), septembre 2013-août 2014;
  • Membre de l'assemblée générale de l'OVB, depuis septembre 2014;
  • Arbitre près la CBAS (Cour Belge d'Arbitrage pour le Sport), depuis février 2015;

Copyright © 2013-2016 - Holmes Kirby

Logo Holmes Kirby

if results matter to you